Sinds mijn achtste volg ik klassieke muzieklessen, en een paar jaar geleden ben ik me gaan verdiepen in harmonieleer. Tot dan toe was ik me nauwelijks bewust van het belang van wat je ‘fundamentele spanningen’ zou kunnen noemen. Juist de dissonant blijkt van veelzeggende betekenis: het is de wrijving tussen wat wil blijven en wat wil bewegen die muziek richting en zeggingskracht geeft. In een Bach-koraal hoor je dat bijna lichamelijk: spanning die wordt opgebouwd, even blijft hangen, en dan (als het goed is) landt in een akkoord dat voelt als thuiskomen. Samen met Paul van der Wijk zit ik in het bestuur van Korrel80: een bont gezelschap van experts en jong talent dat zich inzet voor de transitie van zorg naar gezondheid, zonder winstoogmerk. Ons collectief staat nog in de kinderschoenen, maar heeft zich in korte tijd een onmiskenbare positie in Noord-Nederland weten te verwerven. En in al het werk dat daartoe de afgelopen tijd is verzet, merk ik steeds hetzelfde: de dissonant is onze grondtoon geworden. De experts en talenten van Korrel80, kortweg ‘Korrels’, herkennen dat orde in en tussen organisaties vaak wordt verward met het ontbreken van frictie. Maar net als in muziek geldt ook hier: zonder spanning gebeurt er weinig. Organisatieontwikkeling en samenwerking tussen organisaties worden dan al snel monotoon, voorspelbaar, inwisselbaar en uiteindelijk: saai. Rebellie is bij ons een begrip dat we graag gebruiken. Tegelijk merk ik dat het bij niemand een doel op zich is; het is geen romantisch pleidooi voor ontregeling om de ontregeling. Zoals in de harmonieleer vraagt ook dit om structuur: een onderliggende orde die richting geeft, maar die we nooit heilig verklaren. Korrel80 rekt op, bevraagt en ontregelt tijdelijk. In die zin is het de dissonant die vooruitloopt op een nieuw akkoord. Wat mij betreft passen Korrels dus nooit helemaal precies bij het vraagstuk waarmee ze zich bezighouden. Dissonanten maken immers hoorbaar wat anders onopgemerkt blijft. Ze blijven gevoelig voor dat wat (nog) niet klopt. Daarmee verstoren ze de bestaande orde, maar dienen ze tegelijkertijd de ontwikkeling die nodig is. Net als de dissonant in een muziekstuk dragen Korrels de spanning die anderen het liefst zo snel mogelijk zouden oplossen. Ze vormen daarmee de tegenhanger van de consonant, dat is degene die spanning laat rusten, die afrondt en stabiliseert. Samen vormen ze één beweging in de transitie van zorg naar gezondheid. Mijn muziekleraar zei het ooit mooi: een dissonant leidt niet tot een harde oplossing, maar tot een verzoening. Ze brengt je naar een slotakkoord dat nog niet volledig rustig is, maar ook niet meer zoekt. Hier voel ik me ook persoonlijk bij thuis: liever een goed geplaatste dissonant dan die eindeloze, keurige akkoorden waar niemand nog naar luistert.